Is de Amerikaanse kiezer van mening veranderd?

05-11-2026


Enkele weken geleden bekende ik in mijn Trends-column een vrij onschuldige verslaving. Om de twee jaar raak ik in de ban van Amerikaanse verkiezingen. Ik volg peilingen, voorspellingen en verkiezingskaarten met een ongezonde belangstelling. Er bestaat tenslotte ook nog zoiets als een leven buiten de statistiek

Ditmaal hoopte ik vurig op een grote Democratische overwinning. Ik vond er allerlei goede argumenten voor. Maar als psycholoog begon ik me af te vragen of ik werkelijk aan het voorspellen was, of vooral mijn wensen aan het onderbouwen.

In mijn boek '74 000 000 Trumpstemmers weten waarom' kon ik heel wat begrip opbrengen voor typisch Republikeinse waarden: individuele vrijheid, ondernemingszin, persoonlijke verantwoordelijkheid. De Verenigde Staten hebben aan die traditie veel te danken.

Met Donald Trump heb ik het aanzienlijk moeilijker. Maar dat is niet de interessantste vaststelling. Interessanter is dat ik daardoor blijkbaar ook bijzonder graag geloofde dat zijn partij zwaar zou verliezen.

Op 3 november gebeurde dat inderdaad. Ik werd in mijn overtuiging gesterkt. Er klopt iets niet met die partij, vooral sinds Trump ze gekaapt heeft. Een voorspelling die uitkomt is een diepe bron van vreugde en helaas ook goed voor je ego. Mag ik mezelf, de opiniepeilingen en de Democraten nu vertrouwen?

Vertrouwen is geen huwelijk

Ik vertrouwde mijn garagist. Twintig jaar heeft hij, voor zover ik weet, nooit een onderdeel vervangen dat niet stuk was. Wanneer hij mij vertelde dat mijn remblokken versleten waren, geloofde ik hem. Over auto's (die me niet echt interesseren) wist hij immers veel meer dan ik. Toen hij me eens een fles wijn aanraadde die volgens hem beter was dan een grand cru, heb ik beleefd geknikt. En er het mijne van gedacht.

Dat is gekalibreerd vertrouwen. We stemmen de mate waarin we iemand vertrouwen af op op onze verwachtingen en vertrekken met een positief oordel op het terrein waarop hij deskundig is. Het klinkt vanzelfsprekend. Toch zijn we er niet bijzonder goed in.

Een briljante chirurg wordt door vrienden geraadpleegd over beleggingen. Een beroemde sportman mag op sociale media uitleggen hoe we ons migratiebeleid moeten organiseren. Een ondernemer die een vermogen heeft opgebouwd, krijgt plots gezag over de inrichting van het onderwijs en zeker over fiscale rechtvaardigheid.

We vertrouwen mensen nogal graag in hun geheel. Alsof vertrouwen een huwelijkscontract is: we huwen met de volledige persoon.

Philip Tetlock, die jarenlang de voorspellingen van experts onderzocht, ontdekte hoe weinig dat vertrouwen soms gerechtvaardigd is. Opvallend genoeg waren de beste voorspellers zelden de mensen die het hardst hun gelijk verkondigden. Ze bleven hun verwachtingen bijstellen zodra er nieuwe gegevens opdoken.

Een goede voorspeller is niet iemand die altijd gelijk heeft. Het is iemand die bereid blijft ongelijk te krijgen.

De merkwaardige beweeglijkheid van de Amerikaanse kiezer

De tussentijdse verkiezingen van 2026 verdienen daarom meer aandacht dan de gebruikelijke tegenstelling tussen winnaars en verliezers.

In 2024 kreeg Trump voldoende vertrouwen van de kiezers om opnieuw president te worden. Twee jaar later gaf het electoraat hem de bons. Hij herinnerde er hen wel aan dat hij nog altijd hun president is.

Wat is er veranderd?

Misschien veel minder dan we denken.

Wie in 2024 voor Trump stemde, hoefde niet plots al zijn opvattingen over immigratie, belastingen, klimaat of individuele vrijheid te hebben verlaten om in 2026 anders te stemmen. Een kiezer kan dezelfde politieke overtuigingen behouden en tegelijk oordelen dat de persoon die ze moet realiseren, onvoldoende resultaten boekt.

Dat onderscheid is essentieel. Een verandering van stemgedrag is niet noodzakelijk een verandering van ideologie.

De eerste verkiezingsanalyses wijzen op grote ontevredenheid over de economische situatie. Volgens exitpolls speelde Trump voor ongeveer zes op de tien kiezers een rol in hun keuze voor het Huis van Afgevaardigden. Zijn populariteit was tot een bijzonder laag niveau gedaald.

Maar dat maakt de Republikeinse kiezer nog niet tot een toekomstige Democraat. Het kan evengoed betekenen dat hij zijn vertrouwen voorwaardelijk heeft gemaakt.

Eigenlijk zouden we dat moeten toejuichen. Een democratie waarin niemand ooit van stem verandert, is geen bijzonder levendige democratie. Ze lijkt dan meer op een volkstelling van politieke stammen.

Er zit een interessante asymmetrie in de politiek.

Van de kiezer verwachten we dat hij zijn oordeel voortdurend bijstelt. Een president daarentegen wordt meestal beloond voor zelfzekerheid. Twijfel wekt argwaan, toegeven dat men zich vergist heeft nog meer. Een politicus die verklaart dat nieuwe informatie hem tot een ander inzicht heeft gebracht, krijgt meteen het verwijt dat hij draait.

Trump heeft die politieke voorkeur voor onverzettelijkheid tot een bijzonder succesvolle publieke stijl ontwikkeld. Hij presenteert zich graag als iemand die de werkelijkheid naar zijn hand kan zetten. Kritiek wordt een aanval. Tegenspraak een teken van zwakte bij de ander.

Maar verkiezingen hebben een vervelende eigenschap: uiteindelijk worden de stemmen geteld.

Zal Trump leren uit deze smadelijke nederlaag? Neen, net als Musk zal hij in pokertermen 'all-in' gaan. Wie jarenlang succes heeft gehad met een bepaalde aanpak, krijgt steeds meer redenen om daarin te blijven geloven. De bewonderaars worden trouwer en de tegensprekers schaarser.

In mijn oorspronkelijke column bekende ik een verslaving aan Amerikaanse verkiezingen. Na deze verkiezingen moet ik misschien een tweede verslaving erkennen: het aangename gevoel gelijk te hebben. Gelukkig voor mijn omgeving heb ik talrijke keren gemerkt dat ik fout zat. Indien ik in de politiek zou zitten, zou ik dat nooit toegeven. Maar als academicus zijn er zoveel collega's die je permanent scherp houden (zij heten: reviewers) dat je wel moet beseffen: die kunnen toch niet allemaal fout zitten, misschien ben ik wel de spookrijder.

Share